Zuidelijke glazenmaker - Aeshna affinis

ln tekstfoto224

Areaal

Het areaal van Aeshna affinis strekt zich uit van Zuid-Europa en Noord-Afrika over het Midden- Oosten en Centraal-Azië tot Mongolië. A. affinis was in Europa vooral beperkt tot de landen rond de Middellandse Zee en de Balkan en permanente populaties in West-Europa kwamen niet noordelijker voor dan de Loire in Midden-Frankrijk. Blijkt in Oost-Europa echter noordelijker voor te komen. Sinds halfweg de jaren negentig worden zwervende individuen echter in geheel Noordwest-Europa waargenomen en komen daar al meerdere populaties voor.

 

Waarnemingen

 

ZuidelijkeGlazenmaker JaakJansen

mannetje
@Jaak Janssen

 

Verspreiding in België (2006)

Zeer zeldzaam. In augustus 1995 was er een grote invasie van deze zuidelijke soort en werd ze op verschillende plaatsen in Vlaanderen, en in mindere mate ook in Wallonië waargenomen. Gegevens zijn vooral bekend uit de driehoek Gent-Antwerpen- Brussel, de kuststreek en de Kempen. Op enkele plaatsen, o.a. de Honegem bij Aalst en de Zegge te Geel is er al meerdere jaren een populatie aanwezig. Op enkele plaatsen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië werd ei-afleg waargenomen of zijn er gegevens van 2 opeenvolgende jaren bekend. Sluitend bewijs van succesvolle voortplanting ontbreekt echter op deze plaatsen.

 

Evolutie van de verspreiding

De Zuidelijke glazenmaker werd in de 19de eeuw driemaal gevangen in Wallonië (Angleur, Remouchamps, Hollogne-sur-Geer) en Selys noemt de soort “zeer zeldzaam en betwijfelt of er permanente populaties aanwezig waren in België”. De volgende waarneming dateert van 1969 toen een exemplaar gevangen werd in de Wellemeersen (Dendervallei). Sinds 1989 werd ze op enkele plaatsen waargenomen (o.a. Lorraine, Noord-Limburg, Honegem bij Aalst), maar een echte invasie kwam er pas in 1995 toen de soort op 19 plaatsen werd gevonden.

 

ZuidelijkeGlazenmaker1 JaakJanssen

mannetje
@Jaak Janssen

 

Habitat

Wordt vooral waargenomen in de oeverzone bij kleine en ondiepe stilstaande plassen. Deze plassen zijn zonnig gelegen zodat er een warm microklimaat heerst en soms drogen ze op het einde van de zomer uit. A. affinis vermijdt zoveel mogelijk plassen met een groot vrij wateroppervlak. Gezien het een zwervende soort betreft, is het mogelijk om ze ook in andere habitats waar te nemen.

 

Fenologie

De Zuidelijke glazenmaker is in België bekend van de tweede decade van juli tot de eerste decade van september. Gezien de invasie van deze soort in augustus 1995 gebeurde, zijn de meeste waarnemingen eveneens afkomstig van die maand. Uiterste data zijn 15 juli (in 2003) en 2 september. In Frankrijk vliegt de Zuidelijke glazenmaker reeds eind mei.

 

Literatuur

Van de Meutter (1995), Andries (1997), Van den Berghe (1999).