Weidebeekjuffer - Calopteryx splendens

ln tekstfoto224

Areaal

Het verspreidingsgebied van het Calopteryx splendens complex gaat van West-Europa tot Midden-Siberië en China en omvat bijna het volledige Middellandse Zeegebied, met inbegrip van Noord-Afrika. De ondersoort Calopteryx s. splendens komt vooral in het grootste deel van Europa voor: van Zuid-Frankrijk tot Zuid-Scandinavië en van Ierland tot de Oeral. In Zuid-Europa, met inbegrip van Zuid-Frankrijk komen verschillende ondersoorten voor: C. s. caprai, C. s. ancilla en C. xanthostoma die meestal als soort beschouwd wordt.

 

Waarnemingen

 

Weidebeekjuffer

mannetje
@Brigitte Van Passel

 

Verspreiding in België (2006)

Algemeen. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt ten zuiden van Samber en Maas: langs de Viroin, Ourthe, Lesse, Semois, Amblève, Mèhaigne, Hoyoux, Rur, Our, Sure en hun diverse bijriviertjes. In Vlaanderen komen populaties vooral voor in de Kempen: bekken van de Kleine en de Grote Nete, de Mark (Merksken) in de provincie Antwerpen en de Dommel, Warmbeek, Abeek, Kikbeek en Grensmaas in Limburg. Kleinere populaties werden de laatste jaren gevonden op verschillende plaatsen in Vlaams-Brabant en in de Limburgse Leemstreek: de Dijlevallei (ten zuiden van Leuven), Laan, IJse, Hulpe en Velpe in Vlaams-Brabant en de Demer, Herk, Mombeek en Berwijn in het zuiden van Limburg, en in de Brusselse regio (vallei van de Woluwe). In Henegouwen zeer plaatselijk langs de Dender. Recente waarnemingen van telkens 1 exemplaar in Oost- en West-Vlaanderen hebben betrekking op zwervende exemplaren, mogelijk afkomstig uit Noord-Frankrijk of Henegouwen.

 

Evolutie van de verspreiding

Hoewel de huidige verspreiding ten opzichte van vroeger grotendeels dezelfde is gebleven, zijn de aantallen van de Weidebeekjuffer in Vlaanderen op een aantal plaatsen sterk afgenomen. Oude vindplaatsen in de Scheldevallei zijn nu zeker verlaten. Zowel in Wallonië als in het oosten van Vlaanderen werd de laatste 10 jaar een toename vastgesteld ten opzichte van de voorbije decennia. Het is opvallend dat er recent verschillende populaties van de Weidebeekjuffer werden gevonden zoals in de Brusselse regio, Vlaams-Brabant, Zuid-Limburg en Waals-Brabant, regio’s waar C. splendens al een tiental jaren of meer niet meer was gemeld. Een globale vergelijking met vroeger is gezien de verschillen in prospectie moeilijk te maken. Selys vermeldt de lokale achteruitgang van de soort langsheen de Jeker als gevolg van watervervuiling, maar geeft geen globalere evaluatie van de aanwezigheid in Wallonië.

 

Habitat

C. splendens verkiest matig zuurstofrijke beken en rivieren, gedeeltelijk bedekt met waterplanten. De soort vliegt - in tegenstelling tot de Bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) - aan niet te snelstromende waterlopen. Ze komt voor langs brede, door de zon beschenen weidebeken maar ook langs kunstmatige irrigatielopen (bv. in de Kempen) en aan plassen met doorstromend water. Larven leven tussen ondergedoken wortels van bomen langs de oever. Zwervende exemplaren kunnen gezien worden aan allerlei biotopen, bv. kleiputten en visvijvers.

 

Fenologie

De hoofdvliegperiode van de Weidebeekjuffer loopt van de tweede decade van mei tot en met de derde decade van augustus. Er is een kleine piek in de derde decade van juli. Uiterste data zijn 30 april en 2 oktober.

 

Literatuur

Dumont et al. (1993), Gysels (1994), Vercoutere (2003).