Gaffelwaterjuffer - Coenagrion scitulum

ln tekstfoto224

Areaal

Het areaal van Coenagrion scitulum reikt van het Iberisch Schiereiland en Noord-Afrika tot het Midden-Oosten (Iran). Hoewel het hoofdverspreidingsgebied in de landen rond de Middellandse Zee ligt, is het daar toch sterk verbrokkeld en blijkt de Gaffelwaterjuffer bijna overal vrij zeldzaam te zijn. Meer noordelijk zijn er vindplaatsen in Engeland (echter al verdwenen sinds 1953), België, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Zuid-Polen. Is in Noord- Frankrijk zeldzaam. Werd in Nederland in 2003 voor het eerst gevonden.

 

Waarnemingen

 

Gaffelwaterjuffer ErikMoonen 

mannetje
@Erik Moonen

 

Verspreiding in België (2006)

Uiterst zeldzaam. De huidige vindplaatsen situeren zich alle langs de grens met Frankrijk. De meeste waarnemingen zijn afkomstig uit de Lorraine. Verder zijn er nog waarnemingen bekend uit de Westkust (De Panne), tussen Samber en Maas te Roly, Stambruges in de westelijke Borinage, in 2002 uit Isnes (Haspengouw) en uit 2004 uit Averbode (Zuiderkempen). Al verschillende jaren na elkaar zijn van enkele plaatsen uit de Lorraine waarnemingen bekend, met een maximum van 11 individuen op 1 dag. Ook langs de Westkust werd de Gaffelwaterjuffer reeds verschillende jaren waargenomen, en in 2003 werden er zelfs een paar honderd individuen geteld. Aan de Westkust komt er de laatste jaren een populatie voor en vermoedelijk is dit ook het geval in de Lorraine. Of populaties zich zullen kunnen handhaven valt af te wachten.

 

Evolutie van de verspreiding

Van deze soort zijn slechts enkele waarnemingen uit de 19de eeuw bekend. Selys (1877) beschouwt ze als zeer lokaal en vermeldt ze enkel voor Kalmthout en Longchamps-sur-Geer. Op die laatste vindplaats werd in die periode ook ei-afleg waargenomen (Selys 1868). Ook werd ze toen in Brussel (Laken, Elsene) gevangen. Verder zijn er nog gegevens uit 1949 (Mol-Postel) en uit 1973 (Bornem). Gezien het zeer klein aantal waarnemingen en het ontbreken van gegevens van verschillende jaren na elkaar op dezelfde vindplaats, vermoeden we dat er nooit duurzame populaties (>10 jaar) aanwezig zijn geweest in België. C. scitulum was een mediterrane dwaalgast die zich hier vermoedelijk slechts heel uitzonderlijk kon voortplanten. In 1998 werd de Gaffelwaterjuffer na 25 jaar afwezigheid voor het eerst weer waargenomen. De laatste jaren is er vermoedelijk wel sprake van één of meer zeer lokale populaties in de Lorraine en langs de Westkust.

 

gaffelwaterjuffer TimRaats 

tandem
@Tim Raats

 

Habitat

De biotoop van de vermoedelijke populaties van C. scitulum in België betreft enerzijds vijvers, duinplassen en droogvallende zones aan de rand van plassen en anderzijds beken en grachten. Zowel de stilstaande wateren als de beken worden gekenmerkt door een goed ontwikkelde waterplantenvegetatie, zowel drijvend als ondergedoken.

 

Fenologie

Het beperkt aantal waarnemingen van de Gaffelwaterjuffer is allemaal afkomstig uit de periode half juni tot begin augustus. De vliegperiode van C. scitulum in het buitenland gaat van half mei tot begin september met een piek in de maanden juni en juli. Uiterste data in België zijn 19 juni en 5 augustus.

 

Literatuur

Selys (1868, 1877), Vanderhaeghe (1999), Goffart (2000a), De Knijf (2004).