Koraaljuffer - Ceriagrion tenellum

ln tekstfoto224

Areaal

Ceriagrion tenellum heeft voornamelijk een Zuid- en West-Europese verspreiding. Ze komt voor van Zuid-Spanje tot Noord-Nederland en Noord- Duitsland, maar ontbreekt in grote delen van Centraal-Europa, inclusief Duitsland, en Oost- Europa. In Groot-Brittannië is ze beperkt tot het zuiden van Engeland en Wales. De ondersoort C. t. nielseni is te vinden in Noord-Afrika, Sicilië, de Balkan en Griekenland. Op enkele Griekse eilanden komt de ondersoort C. t. georgfreyi voor, door sommige auteurs beschouwd als een aparte soort, die oostwaarts te vinden is tot Turkije en Syrië.

 

Waarnemingen

 

KoraaljufferM ErikMoonen

mannetje
@Erik Moonen

 

Verspreiding in België (2006)

Zeldzaam. In Vlaanderen is C. tenellum beperkt tot de Kempen (van Kalmthout tot de Maas). Belangrijke populaties zijn er o.a. te Kalmthout (Heide), Brecht (Groot Schietveld), Lille- Wechelderzande (Visbeekvallei), vennen te Kasterlee-Lichtaart, vennengebied Ravels-Turnhout, Geel (de Zegge), het gebied Mol-Postel, Neerpelt (Hageven), Koersel (Zwarte beek), Zonhoven (Teut) en Lanaken (Asbeek en Zijpbeek). In 2003 werd voor het eerst een populatie van de Koraaljuffer gevonden in de Zuiderkempen (Averbode). In Wallonië is er slechts één recente vindplaats te Ben-Ahin (Maasvallei), waar een kleine populatie standhoudt sinds de 'ontdekking' in 1994.

 

Evolutie van de verspreiding

Het verspreidingsgebied van C. tenellum in België was vroeger ook beperkt tot de Kempen en komt dus vrij goed overeen met dat van nu. In de 19de eeuw was ze volgens Selys en Bamps & Claes algemeen in delen van de Kempen. Uit de periode vóór 1950 dateert één waarneming uit Haspengouw (Longchamps-sur-Geer) en nog twee waarnemingen (1910 en 1930) uit Overmere (Scheldevallei te Oost-Vlaanderen). Het is niet bekend of hier een populatie aanwezig was, maar dit valt zeker niet uit te sluiten. In Wallonië werd de Koraaljuffer in de loop van de jaren ’70 en ’80 gemeld op twee plaatsen in de Ardennen (Brûly en Nassogne), waar ze nadien niet meer werd gezien.

 

Habitat

C. tenellum komt voor aan ondiep stilstaand (oligomesotroof) water in heide- en veengebieden. Een lichte stroming van het water, vaak kwel, een fijnkorrelige bodem en een veenmostapijt (Sphagnum) zodat de larven zich kunnen ingraven, zorgen voor een specifiek microklimaat zodat de larven de strengere winters in het noorden van hun verspreidingsgebied kunnen doorkomen. De Koraaljuffer verwijdert zich zelden van de voortplantingsbiotoop. De habitat in Ben-Ahin is een vroeger ontginningsgebied voor leem, nu verbost en doorsneden met grachten; er is een mooie oeverbegroeiing maar er zijn weinig waterplanten.

 

Fenologie

De hoofdvliegperiode van de Koraaljuffer is van de eerste decade van juni tot en met de derde decade van augustus. Er is een piek in de eerste decade van augustus. Uiterste data zijn 21 mei en 24 september.

 

Literatuur

Bamps & Claes (1893), Krüner (1989), Titeux (1996, 2000).