Mercuurwaterjuffer - Coenagrion mercuriale

ln tekstfoto224

Areaal

Het verspreidingsgebied van Coenagrion mercuriale beperkt zich vooral tot Zuidwest-Europa. De noordgrens van het areaal strekt zich uit van Zuidwest- Engeland over de Benelux tot Noord-Duitsland, waar slechts een zeer beperkt aantal populaties te vinden zijn. In Italië komt ze niet noordelijker voor dan de Po-vlakte en betreft het de ondersooort C. m. castellani. Buiten Europa is ze enkel nog te vinden in Noord-Afrika.

 

Waarnemingen

 

Mercuurwaterjuffer RobertPieters

mannetje
@Robert Pieters

 

Verspreiding in België (2006)

Uiterst zeldzaam. C. mercuriale is slechts aanwezig in enkele valleien in de Famenne en in de Lorraine. In de Famenne betreft het de vallei van de Biran (Focant), waar we de grootste aantallen vinden, tot een paar honderd exemplaren, en de vallei van de Wimbe (Lessives). In de Lorraine betreft het de vallei van Laclaireau-La Neuve Forge te Buzenol-Ethe en een valleitje te Meix-devant-Virton.

 

Evolutie van de verspreiding

Waarnemingen van vóór 1950 van C. mercuriale zijn afkomstig van verschillende regio’s: de overgang van de Kempen naar mergelrijk Haspengouw (Bilzen, Diepenbeek, Genk en Helchteren) en hierbij aansluitend Waremme in Waals Haspengouw, het Henegouwse Casteau, de Maasvallei te Luik (Angleur, Rocourt), tussen Samber en Maas (Roly, Virelles) en de Lorraine (Florenville). Uit de periode 1950-1979 kennen we slechts één waarneming, uit 1955 te Helchteren, wat meteen de laatste Vlaamse record is. Niettegenstaande C. mercuriale nooit algemeen is geweest, verdween ze uit verschillende regio's. Vermoedelijk is er sprake van een lichte toename sinds eind jaren ’90, vooral in de Lorraine, en reageert de Mercuurwaterjuffer blijkbaar positief op de recente klimatologische veranderingen (opwarming). De populaties in de vlakte van Focant, die in 1984 werden ontdekt en min of meer regelmatig worden gevolgd, vertonen sterke schommelingen van het aantal waargenomen dieren.

 

Habitat

De biotoop van C. mercuriale bestaat uit traag stromende kleine beken en grachten met een gering debiet, die rijk zijn aan carbonaten (basisch) en die zonnig gelegen zijn. De beken hebben een goed ontwikkelde emerse vegetatie van Kleine watereppe (Berula erecta), Echte waterkers (Nasturtium officinale) en Beekpunge (Veronica beccabunga). De biotoop in de Famenne bestaat vooral uit draineringsgrachten in een cultuurlandschap met veel weilanden. De grachten fungeren hier vermoedelijk als vervangbiotoop voor het beekje de Biran, waar ze de laatste jaren niet meer werd waargenomen. In de Lorraine wordt de biotoop gevormd door een matig snelstromende beek van 2 à 3 meter breed en met een diepte van 0.8-1.5 m. De vallei is er grotendeels bebost, maar C. mercuriale vinden we er in de meest open, lichtrijke delen.

 

Fenologie

De vliegtijd van de Mercuurwaterjuffer loopt van de tweede decade van mei tot eind juli. De meeste waarnemingen situeren zich in de periode half juni - half juli. Uiterste data zijn 19 mei en 30 juli.

 

Literatuur

Goffart (1995), Ternaat (1999), De Knijf & Demolder (2000), Goffart et al. (2001).