Tengere grasjuffer - Ischnura pumilio

ln tekstfoto224

Areaal

Ischnura pumilio komt voor in grote delen van Europa, met uitzondering van het noorden. Ze is aanwezig van het Iberisch Schiereiland tot Noord- Duitsland en Centraal-Polen (met enkele verspreid liggende vindplaatsen in Ierland en het zuidwesten van Engeland). De Tengere grasjuffer komt buiten Europa voor in Noord-Afrika en van het Midden- Oosten, oostwaarts over zuidelijk Rusland tot Westen Centraal-Siberië.

 

Waarnemingen

 

tengere grasjuffer

vrouwtje - imago niet uitgekleurd
@Brigitte Van Passel

 

Verspreiding in België (2006)

Vrij zeldzaam. In Vlaanderen zijn populaties van de Tengere grasjuffer vooral te vinden in de oostelijke Kempen. Van een vijftiental plaatsen zijn meerjarige gegevens van meerdere exemplaren bekend, met grote aantallen o.a. te Zutendaal (Opgespoten Terrein), te Helchteren (Militair Domein), te Hechtel (Begijnenvijvers), te Munsterbilzen (Industrieterrein) en te Zonhoven (De Teut). I. pumilio werd recent waargenomen op verschillende plaatsen in Oost- en West-Vlaanderen (1-6 exemplaren) met een kleine populatie te Heist in 1999 en 2000. Sinds 2001 werd de Tengere grasjuffer op diverse lokaties gevonden in de Zuiderkempen (Averbode, Herselt), Hageland (Diest), Oost-Brabant (Lubbeek, Boutersem, Tienen) en Zuid-Limburg (Kortessem, St-Truiden) alsook een 15-tal exemplaren in de Wellemeersen (Dendervallei). In Wallonië zijn er waarnemingen uit een 25-tal lokaliteiten in alle natuurlijke regio's, met goed ontwikkelde populaties in o.a. Quenast (Leemstreek), Plombières (Land van Herve), aan Les Epioux nabij Chiny (Ardennen) en in Vance (Lorraine).

 

Evolutie van de verspreiding

De Tengere grasjuffer was vroeger bekend van de Oostkust, de Beneden-Schelde, de Kempen, omgeving van Brussel, een aantal plaatsen in de provincie Luik, de Fagne-Famenne (Namur) en de Lorraine. De soort is op een aantal van de vroegere vindplaatsen nu niet meer aanwezig, waarschijnlijk doordat deze milieus niet meer voldoen aan de eisen van deze pionierssoort. De Tengere grasjuffer werd recent wel op verschillende tientallen nieuwe vindplaatsen gevonden. Selys vermeldt de soort als “lokaal algemeen”, met (een beperkt aantal) vindplaatsen in de Ardennen, Luik, de Kempen en Haspengouw.

 

Habitat

I. pumilio is een typische pionierssoort van recent ontstane ondiepe plassen met vrij weinig vegetatie en dit zowel op veen, zand-, leem- als kleibodems. De plassen zijn zowel oude groeven (zand of klei), weinig begroeide modderpoelen, tijdelijke ondiepe plassen al dan niet op opgespoten industrieterrein, veenplassen en plassen gekenmerkt door een lichte kwelstroom. In de Kempen soms ook aan vennen en andere voedselarme plassen. Een vrij wateroppervlak, een vegetatiebedekking tussen 10-40% en afwezigheid van beschaduwing door bomen en struiken is wenselijk. De soort is goed in staat geschikt leefgebied te koloniseren.

 

Fenologie

De hoofdvliegperiode van de Tengere grasjuffer is van de derde decade van mei tot en met de eerste decade van september. Er is een piek in de eerste decade van augustus. Uiterste data zijn 3 mei en 14 september.

 

Literatuur

Tailly (2001).