Gele rombout - Gomphus simillimus

ln tekstfoto224

Areaal

De verspreiding van de Gele rombout is beperkt tot het zuidwesten van Europa, namelijk van het Iberisch Schiereiland tot Midden-Frankrijk. Deze soort is ook aanwezig langs de Rijn in het grensgebied van Zwitserland en Duitsland. Zwervers worden occasioneel in Noord-Frankrijk en België gezien. In Noord-Afrika komt een andere ondersoort voor.

 

Waarnemingen

 

GeleRombout Jean PierreBoudot

vrouwtje met eieren
@Jean-Pierre Boudot

 

Verspreiding in België (2006)

Uiterst zeldzaam. Sinds 1990 werd de Gele rombout slechts twee keer gemeld, namelijk in Muno en Mirwart, gelegen aan de noordrand van het Ardens massief. Beide waarnemingen dateren van 1994 en telkens betrof het één individu. Er zijn geen populaties uit België gekend.

 

Evolutie van de verspreiding

De Gele rombout is altijd uitzonderlijk geweest in België en werd slechts zeer zelden waargenomen. Er zijn twee meldingen uit de 19de eeuw: één van het Rood Klooster nabij Brussel in 1882 en één uit de vallei van de Petite Honnelle te Athis, ten zuiden van Mons, in 1883. Opmerkelijk is dat in deze laatste lokaliteit niet minder dan 9 mannelijke exemplaren werden gevangen. Men kan zich terecht afvragen of in België geen voortplanting (populatie) - al was het maar kortstondig - van de Gele rombout is geweest. Een vijfde waarneming dateert uit 1985 toen een dood exemplaar gevonden werd in de Fagne de l’Abîme, nabij Croix Scaille.

 

Habitat

G. simillimus is een typische bewoner van grote, relatief warme rivieren, vaak gekenmerkt door een zandige bodem. Ook grote stilstaande plassen (oude rivierarmen, groeven) en kanalen die nabij grote, warme waterlopen gelegen zijn worden gekoloniseerd. Met uitzondering van de melding te Mirwart in de vallei van de Lomme, werden de twee andere waarnemingen van de twee laatste decennia verricht op plaatsen ver van potentiële voortplantingsbiotopen, namelijk een hoogveenrestantje (Croix Scaille) en een bosweg (Muno).

 

Fenologie

In België werden de weinige waarnemingen verricht tussen eind juni en begin augustus. In Frankrijk vliegt de Gele rombout van begin mei tot begin augustus, met als uiterste de tweede decade van augustus. Uiterste data sinds 1990 zijn 30 juni en 3 augustus.

 

Literatuur

Cammaerts (1966), Dommanget (1987), Lock (1994).