Tangpantserjuffer - Lestes dryas

ln tekstfoto224

Areaal

In Europa komt Lestes dryas voor van Zuid- Scandinavië tot de Middellandse Zee, in het westen tot Groot-Brittannië. De soort komt echter minder talrijk voor in het zuiden waar zij vooral te vinden is in hoger gelegen gebieden. Buiten Europa strekt het verspreidingsgebied zich uit over Azië tot Japan. De Tangpantserjuffer komt ook voor in Noord- Amerika en in Noord-Afrika.

 

Waarnemingen

 

TangpantserjufferM ErikMoonen

mannetje
@Erik Moonen

 

Verspreiding in België (2006)

Zeldzaam. De Tangpantserjuffer komt lokaal voor in het grootste deel van de Limburgse en Antwerpse Kempen (o.a. in Vallei van de Zwarte beek te Koersel, Stamprooierbroek te Kinrooi, Sonnisheide te Helchteren, De Teut te Zonhoven, Mechelse Heide te Maasmechelen, vennengebied van Turnhout en Ravels, Visbeekvallei te Wechelderzande, Kasterlee-Tielen, Langdonken te Herselt, Mol-Postel) en het daarbij aansluitende deel van Vlaams-Brabant (Vallei van de Drie Beken te Diest, Vorsdonkbos te Aarschot). De soort treft men ook aan ten zuiden van de lijn Samber-Maas, vooral in de Fagne-Famenne (Mariembourg, Romedenne, Melreux, Petit-Han), in de Ardennen (Luchy, Sommerain) en in de Lorraine (Vance, Lagland, Etalle, Battincourt). Daarbuiten werden enkele populaties aangetroffen in de Condroz (Natoye), in het land van Herve (Plombières) en Henegouwen (Baudour). Sporadische waarnemingen van individuen zijn bekend van Merchtem (Vlaams Brabant) en van de Fagnes (Eupen).

 

Evolutie van de verspreiding

In de periode vóór 1950 was L. dryas aanwezig in bepaalde regio's in Vlaanderen waar hij sindsdien niet meer werd waargenomen in het bijzonder in de omgeving van Gent (laatste waarneming in 1908) en langs de kust (verschillende waarnemingen tot 1901 en dan nog éénmaal in 1955). In Wallonië werd de Tangpantserjuffer in het begin van de twintigste eeuw gesignaleerd in de omgeving van Luik (Seraing en Herstal). De soort werd zelfs gevangen in de Brusselse regio te Laken in de 19de eeuw. Andere vroegere waarnemingen zijn afkomstig uit Kalmthout, Zolder, Genk, Maaseik, Spa en Arlon en vallen binnen het huidige verspreidingsgebied. Verschillende oude waarnemingen buiten het huidige verspreidingsgebied doen vermoeden dat de soort vroeger een grotere verspreiding had, en dit ondanks het feit dat de Tangpantserjuffer door Selys beschouwd werd als "lokaal en weinig algemeen".

 

TangpantserjufferV ErikMoonen

vrouwtje
@Erik Moonen

 

Habitat

De voortplantingsbiotoop van de Tangpantserjuffer bestaat uit voedselarme tot matig voedselrijke vennen en plassen. De biotopen worden gekenmerkt door een goed ontwikkelde vegetatie van drijvende water- en oeverplanten en vertonen vaak al verlandingsstadia. De watertafel vertoont er duidelijke schommelingen zodat de plassen in de zomer kunnen droogvallen. Enkele voorbeelden van biotopen zijn oude leemgroeven in de Fagne-Famenne, 'mardelles' van de Haute Semois, vijvers in de Ardennen en vennen in de Kempen.

 

Fenologie

De hoofdvliegperiode van de Tangpantserjuffer is van begin juni tot begin september. Er is een piek in de eerste twee decaden van augustus. Uiterste data zijn 5 juni en 11 september.

 

Literatuur

De Block & Stoks (1999), Goffart (2000a).