Oostelijke witsnuitlibel - Leucorrhinia albifrons

ln tekstfoto224

Waarnemingen

 

OostelijkeWitsnuitlibel GeertDeKnijf kl

@Geert De Knijf (Polen)

 

Oostelijke witsnuitlibel: nieuw voor België !(2016)

Op donderdag 9 juni 2016 werd een mannetje waargenomen (met foto) van de Oostelijke witsnuitlibel (Leucorrhinia albifrons) in de Maten te Genk. Dit is een nieuwe soort voor de Belgische fauna en de 71ste libellensoort.

De oostelijke witsnuitlibel is een vrij donkere en weinig gekleurde witsnuitlibel. Ze kan herkend worden door het geheel witte voorhoofd, met kenmerkende witte vlekken op de onderlip, de witgrijze berijping van de eerste vier acherlijfssegmenten bij de mannetjes, en een donker pterostigma met lichte witte buitenrand. Hiermee onderscheidt ze zich van de nauwverwante Sierlijke witsnuitlibel (Leucorrhinia caudalis), die egale witte pterostigma’s heeft. Deze laatste heeft ook meer witgrijze berijping op het achterlijf.

De Oostelijke witsnuitlibel komt in Europa vooral voor in de landen rond de Baltische Zee, het zuidelijke deel van Zweden en Finland, de Baltische Staten, Polen en in Mecklenburg en Brandenburg in het noordoosten van Duitsland. Ook in de Alpen en de Landes in Frankrijk komt de soort vrij verspreid voor. Op de grens tussen Friesland, Drente en Groningen komt de enige, vrij kleine Nederlandse populatie voor.

De soort heeft een heel duidelijke voorkeur voor voedselarme tot matig voedselarme zure wateren gekenmerkt door de aanwezigheid van veenmos verlandingszones, maar ze komt ook voor in zure meren en vijvers zonder veenmos. Hoewel de oevers van de geschikte leefgebieden niet beschaduwd worden, zijn ze wel omgeven door bos.

We vermoeden dat deze zeer zeldzame soort België heeft weten te bereiken samen met andere witsnuitlibellen. De laatste week werd op heel wat nieuwe plaatsen ook de Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) gezien en op de bekende locaties zijn de aantallen ook veel hoger dan de laatste jaren. Deze sterke toename werd ook waargenomen in het zuiden van Nederland en op verschillende plaatsen in het westen van Duitsland. Wellicht hebben we hier te maken met een influx, zoals in 2012, van dieren uit het noordoosten van Duitsland of Polen. De maand mei was daar heel droog en heel warm waardoor zich grote populatieaantallen hebben weten op te bouwen, dit gecombineerd met het uitdrogen van hun voortplantingsplaatsen en de aanvoer van warme lucht uit het oosten in België is wellicht de verklaring voor deze waarneming. Het is niet onmogelijk dat de soort ook op andere locaties in België is terecht gekomen. Hierbij dus een oproep om aandachtig te zijn voor deze soort. Fotografeer wat je ziet, en plaats je waarnemingen op waarnemingen.be. En voor zij die per se in de Maten te Genk willen gaan zoeken, hou je aan de gedragsregels zoals ze ter plaatse uithangen. Verlaat de paden niet en betreed geen kwetsbare vegetatie.