Vuurlibel - Crocothemis erythraea

ln tekstfoto224

Areaal

Het areaal van Crocothemis erythraea strekt zich uit over het Middellandse-Zeegebied, Afrika, het Midden-Oosten en het Arabisch schiereiland en reikt oostwaarts tot het Indisch subcontinent. In Zuid-Europa komt C. erythraea algemeen en soms zeer talrijk voor. Ten noorden van de Alpen gold ze tot ongeveer 1980 als een zeldzame zuidelijke dwaalgast. Sindsdien is ze aan een langzame uitbreiding van haar areaal naar het noorden toe begonnen en ondertussen werd ze al waargenomen in Groot- Brittannië, Nederland, Noord-Duitsland en Polen en komen er in die landen al meerdere populaties voor.

 

Waarnemingen

 

Vuurlibel

mannetje
@Brigitte Van Passel

 

 

Verspreiding in België (2006)

Vrij zeldzaam. C. erythraea komt vrij verspreid voor. In het westen en zuiden van België is ze het talrijkst, vooral in de Schelde- en Leievallei, de Brugse regio, de vallei van de Haine, Klein-Brabant, Fagne- Famenne en de Lorraine. In de vallei van de Bovenschelde is ze vrij algemeen en is er bij enkele oude armen van de Schelde de talrijkste grote libel, met dagmaxima van meer dan 100 dieren. Uit Haspengouw, Condroz, Ardennen en in het bijzonder uit de Hoge Ardennen zijn er weinig of geen populaties bekend.

 

Evolutie van de verspreiding

Deze van oorsprong zuidelijke soort was tot ongeveer 1990 slechts als zwerver uit België bekend. De eerste waarneming is afkomstig van Longchampssur- Geer (Haspengouw) uit de 19de eeuw. Voor de volgende waarnemingen moeten we wachten tot 1963 toen ze enkele keren werd gevangen in de Wellemeersen te Denderleeuw. In de jaren ’70 en ’80 werd de soort op enkele verspreid gelegen vindplaatsen waargenomen, voornamelijk in Wallonië. Sinds 1987 duikt de Vuurlibel meer en meer op en wordt ze op diverse lokaties, vooral aan de grens met Frankrijk (bv. Adinkerke, Harchies) frequent waargenomen. Ondertussen zijn er al enkele tientallen populaties bekend, waarvan sommige zelfs in stadstuinen en parken.

 

Habitat

De biotoop van C. erythraea bestaat in België vooral uit allerlei stilstaande, eutrofe plassen die een warm microklimaat hebben. Het betreft hier onder meer zand- en kleigroeven, oude rivierarmen en (vis)vijvers. Zwervende dieren (soms ook populaties) zijn bekend van laagveengebieden, matig voedselarme plassen, vennen en rivieren. De voortplantingsbiotoop heeft doorgaans een goed ontwikkelde water en oeverplantenvegetatie. Meestal betreft het ondiepe plassen die gedeeltelijk door bomen en struiken worden omgeven zodat het water er snel kan opwarmen.

 

Fenologie

De hoofdvliegperiode van de Vuurlibel gaat van begin juni tot eind augustus met een piek van begin juli tot half augustus. Uiterste data zijn 15 mei en 23 september.

 

Literatuur

Selys (1878), Cammaerts (1967), Dumont (1967), Goffart (1984), De Knijf (1989, 1995a), Anonymus (1990), Tailly (1991).