Nieuws

Grauw en grijs was het die ochtend.
Er stond veel wind, maar het weerbericht beloofde beterschap in de loop van de dag. De zes opgedaagde deelnemers vertrokken dan maar voor een verkwikkende wandeling rondom het Vinne, met de hoop op beter weer.

Het Vinne is een natuurlijk meer, dat tot voor drie jaar nog een voormalige populierenplantage was. Door het stopzetten van een pompgemaal, is de natuurlijke depressie in het landschap langzaam terug vol gelopen met water. Zo is er opnieuw een meer ontstaan, dat ondertussen een omvang van een goeie 60 hectaren heeft bereikt. In deze bijzonder dynamische omstandigheden, is het vanzelfsprekend dat een aantal bijzondere planten en dieren hier alle kansen krijgen.

Langs de westkant stond massaal Loos blaasjeskruid (Utricularia australis) in bloei. De vele groene kikkers maakten meteen duidelijk wat de reigers hier komen doen. Een paar grotere Meerkikkers (Rana esculanta synk.) lieten zich door ons niet afschrikken en bleven onverstoord op hun uitkijkpostjes zitten. Van libellen was het magertjes: her en der verspreid in de vegetatie zaten wat Lantaarntjes (Ischnura elegans). Verderop zette een eenzaam vrouwtje Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum) haar eitjes af.

Vanop een helling aan de zuidoostzijde van het meer, had je een goed overzicht van deze kant van het meer. Tot tweemaal toe kwam een mannetje Woudaap (Ixobrychus minutus) op korte afstand langs gevlogen. Hiervoor wil ik elke morgen wel wat vroeger opstaan! Tijdens de lunch vloog een vrouwtje Zomertaling (Anas querquedula) over en weer en ving Jos heel wat 19-punt lieveheersbeestjes (Anisosticta 19-punctata). Op deze kant van het meer vielen ook de grote pakketten van het levermos Watervorkje (Riccia fluitans) op.

Wat verderop aan een poel vlogen dan toch nog wat libellen: Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum), Kleine roodoogjuffer (Erythromma viridulum) en enkele Azuurwaterjuffers (Coenagrion puella). Ondertussen brak regelmatig het zonnetje door. De temperatuur klom meteen naar best aangename waarden, maar de wind bleef spelbreker om veel libellen te kunnen zien.

Aan de noordrand van het gebied gingen we actief op zoek in de vegetatie van een aantal schrale graslanden (met veenmossen!) en ruige pitrusvegetaties. Libellen als Koraaljuffer (Ceriagrion tenellum), Steenrode heidelibel (Sympetrum vulgatum) en twee verse Tengere grasjuffers (Ischnura pumilio) gaven ons de indruk dat we hier precies in de Kempen aanbeland waren. Een mannetje Zwarte specht (Dryocopus martius), een zeldzame verschijning in dit deel van Vlaanderen, bevestigde deze indruk. Heel leuk waren verder de redelijke aantallen Gouden sprinkhaan (Chrysochroan dispar), hier en daar een Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) en vervolgens een hoog overtrekkende Wespendief (Pernis apivorus).

Op het laatste deel van het traject vloog een Grote keizerlibel (Anax imperator) boven het open water. Aan een poel vlakbij het vertrekpunt konden we nog enkele territoriale Kleine roodoogjuffers (Erythromma viridulum) zien vechten voor het beste plekje op de Gele plomp. Als laatste waarneming noteerden we nog 2 mannetjes Vuurlibel (Crocothemis erythraea).

Met een terrasje konden we deze geslaagde dag op een gepaste manier afsluiten. Ditmaal was het geen echte hoogvlieger qua libellen, maar wij hebben ons alleszins geen moment verveeld!

Peter Van der Schoot